Nieuwsbrief

13-11-2017 Verdieping Regeerakkoord onderdeel Hypotheken

Inleiding

Het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst‘ bevat ook een aantal beleidsvoornemens ten aanzien van hypothecaire kredieten. Deze beleidsvoornemens moeten nog in concrete besluiten worden uitgewerkt. In de presentatie ‘Verkenning gevolgen formatie-akkoord’ zijn in algemene zin de beleidsvoornemens op het gebied van hypotheken samengevat. In dit document geven wij een verdere verdieping van deze beleidsvoornemens op basis van de huidige stand van zaken.

Wijzigingen in de belastingtarieven in box 1, 2 en 3

Box 1

  • In 2019 worden de belastingschijven gewijzigd. Er ontstaan dan nog twee belastingschijven, een schijf met een (basis)tarief van 36,93% en een schijf met een (hoog) tarief van 49,5%.
  • Voor AOW-gerechtigden gelden drie schijven. Omdat deze groep geen AOW-premies betaalt, geldt over een deel in de eerste schijf een lager tarief.
  • Het hoge tarief geldt voor belastingplichtigen met een belastbaar inkomen vanaf

€ 68.600,00. Deze grens blijft tijdens de nieuwe kabinetsperiode ongewijzigd.

Box 2

  • Het tarief op ‘inkomen uit aanmerkelijk belang’ wordt verhoogd naar 28,5%. Dit gebeurt in twee stappen: in 2020 wordt het tarief 27,3%, in 2021 vindt de verhoging naar 28,5% plaats. Een aanmerkelijk belanghouder is iemand die een belang van 5% of meer houdt in een vennootschap. Daarentegen wordt in 2021 het tarief van de vennootschapsbelasting verlaagd van nu 20% en 25% naar 16% en 21%.

Box 3

  • Het heffingsvrij vermogen wordt verhoogd naar € 30.000,00 per belastingplichtige. Voor fiscale partners samen € 60.000,00.
  • In 2018 zal rendementsklasse 1 (sparen) 0,36% bedragen, dit was in 2017 1,3%. Rendementsklasse 2 blijft in 2018 gelijk aan 2017: 5,38%.
  • Het huidige stelsel van forfaitaire rendementen zal, tijdens de nieuwe regeerperiode, worden aangepast naar een stelsel op basis van het werkelijk behaalde rendement.

Wijzigingen in de heffingskortingen

Algemene heffingskorting

  • Deze wordt verhoogd. De maximale algemene heffingskorting zal in 2021 zo’n

€ 350,00 hoger zijn.

Arbeidskorting

  • Er komt een derde opbouwpercentage voor de arbeidskorting en het maximum wordt € 365,00 hoger. De afbouw boven een bepaald arbeidsinkomen gaat versneld omhoog van 3,6% naar 6%.

Ouderenkorting

  • De ouderenkorting wordt verhoogd met € 160,00. De ouderenkorting krijgt een geleidelijke inkomensafhankelijke afbouw van 15%.

Overige belastingmaatregelen

Btw

Het verlaagde tarief van de omzetbelasting wordt verhoogd van 6% naar 9%. Hierdoor worden niet alleen boodschappen duurder, maar ook de kapper en de schoenmaker. Daarnaast valt schilderwerk bij woningen ouder dan 2 jaar momenteel onder het huidige tarief van 6%. Ook hiervoor gaat het hogere tarief van 9% gelden.

Zorgtoeslag

Het normpercentage voor meerpersoonshuishoudens wordt verlaagd met 0,45%.

Kindregelingen

  • De kinderbijslag en de kinderopvangtoeslag worden verhoogd
  • Het kindgebonden budget voor ouders met een laag inkomen wordt verhoogd

De woningmarkt

Loan to Value (LTV)

De Loan to Value (LTV) wordt in 2018 verlaagd van 101% naar 100% van de marktwaarde van de woning. Tijdens de regeerperiode van het nieuwe kabinet zal de LTV niet verder worden verlaagd. Hoewel De Nederlandsche Bank had aangedrongen op verdere verlaging van de LTV, laat de nieuwe regering het belang van starters prevaleren.

Eigenwoningforfait

Het eigenwoningforfait wordt verlaagd van 0,75% naar 0,6% in 2020. In het Coalitieakkoord staat niets over de afbouw van het eigenwoningforfait voor woningen met een hogere WOZ-waarde dan € 1.060.000,00 en voor woningen die onder de uitzendingsregeling vallen.

Aftrek hypotheekrente

In de hoge inkomensschijf wordt het maximale percentage waartegen de hypotheekrente aftrekbaar is, verder stapsgewijs verlaagd in een versneld tempo.

Vanaf 2020 zal de afbouw 3% per jaar bedragen, zodat in 2023 het maximale percentage nog 36,93% bedraagt, gelijk aan het percentage in de lage inkomensschijf.

Wet Hillen

De Wet Hillen, waarin werd geregeld dat een positief inkomen uit eigen woning leidde tot een (compensatie)aftrek wegens geen of een geringe eigenwoningschuld, wordt, vanaf 2019, in 30 jaar uitgefaseerd.

Warmterecht en EPC bij nieuwbouw

De aansluitplicht van gas wordt vervangen door een warmterecht. Hierdoor kunnen eindgebruikers aanspraak maken op een aansluiting op een (verzwaard) elektriciteitsnet of een warmtenet. Tevens worden de energieprestatie-eisen (EPC) voor nieuwbouw verder aangescherpt. Het EPC is de maat voor de energiezuinigheid van een woning. In nieuwbouwwijken wordt niet meer standaard een gasnet aangelegd. Het verdwijnen van de aansluitplicht was al eerder bekend.

Gevolgen van de wijzigingen op het (besteedbare) inkomen

De voorgenomen maatregelen in het coalitieakkoord hebben direct invloed op het besteedbaar inkomen van de consumenten. In het regeerakkoord staat dat de LTV in deze kabinetsperiode niet verder wordt verlaagd dan 100% van de marktwaarde van de woning. Starters op de woningmarkt zouden door een verdere verlaging teveel eigen middelen moeten inbrengen om een woning te kunnen kopen, waardoor de koop uitgesteld of zelfs afgesteld zou worden.

Het is nog niet geheel duidelijk welke invloed de samenhang van fiscale maatregelen zal hebben op de Loan to Income (LTI). In de financieringslasttabellen wordt rekening gehouden met de aftrekbaarheid van de hypotheekrente, de verschuldigde inkomstenbelasting en met de heffingskortingen. Maar ook de uitgaven van de gezinnen spelen hierbij een rol.

De verlaging van de IB-tarieven zal leiden tot hogere financieringslastpercentages. Er blijft van het bruto inkomen immers een hoger bedrag besteedbaar over. Maar de verhoging van het lage btw-tarief naar 9% heeft een verlaging van het besteedbaar inkomen tot gevolg.

Voor werkenden met kinderen in de middeninkomens zal het netto besteedbaar inkomen het meest toenemen. De beperking van de hypotheekrenteaftrek speelt hier nog geen rol. Hierdoor zal voor deze groep het besteedbaar inkomen waarschijnlijk het meest toenemen. Voor hoge inkomens zal de beperking van het maximale tarief voor renteaftrek op korte termijn wél gevolgen hebben op het besteedbare inkomen.

De afschaffing van de compensatieregeling in de Wet Hillen zal vooralsnog niet of nauwelijks invloed hebben op het besteedbare inkomen, omdat deze over een langere periode (30 jaar) wordt afgebouwd. Daarbij hebben de meeste woningeigenaren nog een eigenwoningschuld, waardoor de afschaffing van de compensatieregeling nog geen invloed heeft. De afschaffing van deze wet wordt pas op lange termijn merkbaar, als de eigenwoningschuld (bijna) is afgelost.

Bron ING Bureau DFO

01-04-2017 Wijziging DGA pensioen opbouw in eigen beheer per 1 april 2017

De DGA’s mogen sinds 1 april geen geld meer binnen hun BV opzij zetten voor de opbouw van hun pensioen. Met het pensioen dat al opgebouwd is, heeft de DGA een paar mogelijkheden. Maar let op: de Belastingdienst wil het wel weten als voor een bepaalde mogelijkheid wordt gekozen!
Wat verandert er?
Per 1 april 2017 is het voor een DGA niet meer mogelijk om pensioen op te bouwen binnen de eigen BV. Met het pensioen dat voor deze datum in eigen beheer is opgebouwd, heeft de DGA verschillende mogelijkheden. Globaal gezien zijn er drie keuzes:

Premievrije voortzetting
De op 1 april 2017 bestaande pensioenreserve kan in eigen beheer worden voortgezet. De huidige regels blijven dan van toepassing. Verder opbouwen is echter niet meer mogelijk.

Afkoop
De tweede mogelijkheid is afkoop van de reserve. Dit kan tijdelijk tegen stuk gunstigere belastingtarieven. Als er wordt afgekocht, moet de Belastingdienst hiervan op de hoogte worden gesteld.

De waarde omzetten in een oudedagsverplichting
De derde optie is het omzetten naar een oudedagsverplichting. Voordeel is dat deze oudedagsverplichting later altijd omgezet kan worden naar een lijfrente. De omzetting moet worden gemeld aan de Belastingdienst.

Voor meer informatie kunt u mij altijd even benaderen

Nieuws welke we vandaag plaatsen kan morgen al weer achterhaald zijn. In de financiële wereld veranderd er elke dag wel iets. Derhalve is het zeer belangrijk om persoonlijk contact te onderhouden met uw financieel adviseur.

Mocht u vragen hebben kunt te allen tijde contact met mij opnemen.

 

Vervallen van de tijdklemmen per 1 april 2017

Kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning en beleggingsrecht eigen woning. Vervallen tijdklemmen in specifieke situaties

 

Op 8 februari heeft staatssecretaris Wiebes in een brief aan de Eerste en Tweede Kamer laten weten de tijdklemmen voor een kapitaalverzekering die speciaal bestemd is voor het sparen voor de aflossing van de eigenwoningschuld. De KEW wordt afgesloten bij een verzekeringsmaatschappij. Aan het einde van de looptijd van de verzekering keert de verzekeringsmaatschappij een bepaald bedrag uit, waarvoor tot een bepaalde hoogte een vrijstelling geldt. Is de uitkering hoger dan de vrijstelling, dan valt het deel dat boven de vrijstelling uitgaat in box 1.

Kapitaalverzekering eigen woning (Een kapitaalverzekering die speciaal bestemd is voor het sparen voor de aflossing van de eigenwoningschuld. De KEW wordt afgesloten bij een verzekeringsmaatschappij. Aan het einde van de looptijd van de verzekering keert de verzekeringsmaatschappij een bepaald bedrag uit, waarvoor tot een bepaalde hoogte een vrijstelling geldt. Is de uitkering hoger dan de vrijstelling, dan valt het deel dat boven de vrijstelling uitgaat in box 1.KEW), spaarverzekering eigen woning (SEW) en beleggingsrecht eigen woning (BEW) per 1 april 2017 te willen laten vervallen.

Amendement Omtzigt/Ronnes

Dit voornemen van Wiebes sluit aan bij het eerder aangenomen amendement Omtzigt/Ronnes. Hiermee zal ook de lage vrijstelling verdwijnen, die na vijftien jaren premiebetaling van toepassing is. Om in aanmerking te komen voor de hoge vrijstelling (die op dit moment pas na twintig jaren premiebetaling van toepassing is) is het op grond van dit amendement voldoende dat vanaf het begin van de verzekering jaarlijks premie is voldaan binnen de geldende bandbreedte-eis. Natuurlijk moet ook aan de overige voorwaarden zijn voldaan. Denk hierbij aan de verplichting om met de uitkering de eigenwoningschuld af te lossen. De eigenwoningschuld is het deel van de hypotheek of lening waarover de rente mag worden afgetrokken. Dit is alleen een lening die betrekking heeft op de eigen woning.

De in het amendement opgenomen wijzigingen zouden in afwachting van een onderzoek naar de impact van het geheel vervallen van de tijdklemmen, in werking treden bij besluit van de staatssecretaris van Financiën. Met het amendement vervallen de situaties zoals vermeld in het Besluit Vervallen tijdklemmen en artikel 10bis.6 lid 3 Wet IB 2001.

Artikel 10bis.6 lid 3 Wet IB2001

Sinds 1 januari 2017 is het Besluit Vervallen tijdklemmen opgenomen in artikel 10bis.6 lid 3 Wet IB 2001.

De tijdklemmen komen te vervallen wanneer:

–           Het fiscaal partnerschap van de belastingplichtige is geëindigd en de kapitaalverzekering door de financiële afwikkeling tot uitkering komt;

–           De belastingplichtige in de schuldhulpverlening zit (zoals bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening);

–           De belastingplichtige een eigen woning heeft vervreemd en hem op het moment direct na die vervreemding nog steeds of opnieuw een eigen woning ter beschikking staat (in tegenstelling tot hetgeen in het Besluit Vervallen tijdklemmen is bepaald, hoeft er geen sprake meer te zijn van een onderwaterstand); of

–           De minister heeft vastgesteld dat de belastingplichtige financiële problemen heeft en als gevolg daarvan de lasten met betrekking tot zijn eigen woning niet meer kan voldoen of die lasten waarschijnlijk binnen korte tijd niet meer zal kunnen voldoen.

Ook hier geldt dat de overige voorwaarden blijven gelden voor het gebruik van de hoge vrijstelling.

KEW, SEW en BEW

De in het amendement opgenomen maatregelen bepalen dat de tijdklemmen in alle situaties vervallen voor de KEW, SEW en BEW. Het blijft wel verplicht dat de eigenwoningschuld met de uitkering moet worden afgelost.

Brede Herwaarderingskapitaalverzekeringen

Het amendement ziet echter niet op Brede Herwaarderingskapitaalverzekeringen. Hiervoor vervallen per 1 april 2017 de mogelijkheden die genoemd zijn in artikel 10bis.6 lid 3 Wet IB 2001. Desondanks heeft de staatssecretaris het voornemen om ook de tijdklemmen voor Brede Herwaarderingskapitaalverzekeringen geheel te laten vervallen. Voor deze polissen vervalt dan ook de eis om met de uitkering de eigenwoningschuld te moeten aflossen.

Praktische tip:

 Het vervallen van de tijdklemmen geeft meer flexibiliteit in uw keuzes en het advies over de constructie van de hypotheek. Maar afkoop is vaak niet in het belang van u. De voor- en nadelen van de afkoop maak ik duidelijk en inzichtelijk aan u. Bij het afkopen van een spaarrekening of polis moet altijd uit het dossier blijken wat de overwegingen waren en of de afkoop wel in het belang van u is.